Menu

Taks op effectenrekening

Vernieting van de taks op de effectenrekening

De ‘taks op de effectenrekening’ trad in werking op 10 maart 2018. Deze taks is een belasting van 0,15% waaraan natuurlijke personen onderworpen zijn indien ze titularis zijn van één of meerdere effectenrekening(en) en hun aandeel in de gemiddelde waarde van de belastbare beleggingen op deze rekeningen 500.000 euro of meer bedraagt. Tijdens de referentieperiode die normaal loopt van 1 oktober tot 30 september wordt de gemiddelde waarde van de beleggingen die onder de taks vallen berekend en dit op verschillende referentietijdstippen. Bedraagt die waarde 500.000 euro of meer, dan geldt de taks vanaf de eerste euro. De taks is niet van toepassing voor vennootschappen.

Effectentaks vernietigd

Bij het Grondwettelijk Hof werden 7 verschillende beroepen ingediend met als doel een (gehele of gedeeltelijke) vernietiging van deze taks te bekomen. Het Grondwettelijk Hof heeft op 17 oktober 2019 uitspraak gedaan en 3 ongrondwettigheden vastgesteld in het systeem van de taks. Het Hof heeft daarop beslist de wet op de effectenrekeningentaks te vernietigen. Daardoor heeft de taks zelf geen wettelijk basis meer.

Niet terugvorderbaar?

Het Hof heeft evenwel ook besloten om de gevolgen van de wet te handhaven voor referentieperiodes die liepen tot ten laatste 30 september 2019 en waarvoor inningsformaliteiten momenteel nog in uitvoering kunnen zijn. Hieruit zou volgen dat het Grondwettelijk Hof de taks enkel heeft vernietigd voor de toekomst en dat de taks verschuldigd voor de gewone referentieperiodes eindigend per 30 september 2018 en 30 september 2019, alsook de bijzondere referentieperiodes die ten laatste op 30 september 2019 eindigen, verschuldigd blijft.

Het arrest van het Grondwettelijk Hof wordt nog verder in detail bestudeerd; mogelijks nieuwe inzichten worden u ten gepaste tijde medegedeeld.

Meer info?

Indien u nog vragen hebt, kan u terecht bij uw Fintro-agent.

Wanneer treedt de taks op de effectenrekening in werking?

  • Op 9 maart 2018 werd de wet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
  • De wet treedt de dag volgend op de bekendmaking in werking.

Bijgevolg is vanaf 10 maart 2018 de taks op de effectenrekening in werking getreden.

Wat is de taks op de effectenrekening?

De taks op de effectenrekening is een belasting van 0,15%. Ze is van toepassing op één of meerdere effectenrekeningen waarvan een natuurlijke persoon titularis is tijdens de referentieperiode en waarvan de totale gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten 500.000 euro of meer bedraagt. In dat geval geldt de taks vanaf de eerste euro.

Op wie is de taks op de effectenrekening van toepassing?

De taks op de effectenrekening is van toepassing op effectenrekeningen van de volgende natuurlijke personen:

  • rijksinwoners (= de belastingplichtigen die in België onderworpen zijn aan de personenbelasting): voor hun effectenrekeningen aangehouden bij zowel in België opgerichte of gevestigde financiële instellingen als bij in het buitenland opgerichte of gevestigde financiële instellingen.
  • niet-rijksinwoners (= de belastingplichtigen die in België onderworpen zijn aan de belasting niet-inwoners natuurlijke personen): ENKEL voor hun effectenrekeningen aangehouden bij een in België opgerichte of gevestigde financiële instelling. Hun effectenrekeningen aangehouden bij een in het buitenland gevestigde financiële instelling vallen dus niet onder de taks.

Worden hier bedoeld:

  • niet-inwoners van België: natuurlijke personen die hun wettelijke en fiscale woonplaats buiten België hebben;
  • gelijkgestelde niet-inwoners: natuurlijke personen die hun fiscale woonplaats in het buitenland hebben, ondanks het feit dat ze hun wettelijke woonplaats in België hebben. Bijvoorbeeld: buitenlandse diplomaten, Europese Unie-ambtenaren, NAVO-ambtenaren, …

Er is een mogelijke vrijstelling aan de bron voor de volgende niet-inwoners die een beroep kunnen doen op een dubbelbelastingsverdrag:

  • De niet-rijksinwoners van een staat die met België een dubbelbelastingverdrag heeft ondertekend dat eveneens geldt voor de “vermogensbelasting”(naast de “inkomstenbelasting”) vallen NIET onder het toepassingsgebied van de taks op de effectenrekening. Bijvoorbeeld: Canada, Denemarken, Duitsland, Luxemburg, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Zweden, Zwitserland …
  • De niet-rijksinwoners van een staat die met België een dubbelbelastingverdrag heeft ondertekend dat zich beperkt tot de “inkomstenbelasting” vallen WEL onder het toepassingsgebied van de taks op de effectenrekening. Bijvoorbeeld: Australië, China, Frankrijk, Ierland, Portugal, Verenigd Koninkrijk …
  • De niet-rijksinwoners van een staat waarmee België geen dubbelbelastingsverdrag heeft ondertekend, vallen eveneens onder het toepassingsgebied van de taks op de effectenrekening.

Op wie is de taks op de effectenrekening NIET van toepassing?

De taks op de effectenrekening is NIET van toepassing op:

  • Belastingplichtigen die in België onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting. Bijvoorbeeld: commerciële vennootschappen.
  • Belastingplichtigen die in België onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting .Bijvoorbeeld: vzw’s.
  • Belastingplichtigen die in België onderworpen zijn aan de belasting niet-inwoners voor vennootschappen.
  • Belastingplichtigen die in België onderworpen zijn aan de belasting niet-inwoners voor natuurlijke personen van een staat die met België een dubbelbelastingverdrag heeft ondertekend dat eveneens geldt voor de “vermogensbelasting” (naast de “inkomstenbelasting”).

Om te vermijden dat natuurlijke personen hun effectenrekening zouden inbrengen in een rechtspersoon om op deze manier de taks te omzeilen, werd er een antimisbruikbepaling voorzien.

Deze antimisbruikbepaling stelt dat iedere inbreng van een effectenrekening die plaatsvindt vanaf 1 januari 2018 in een aan de vennootschapsbelasting onderworpen rechtspersoon met als enige doel aan de taks op de effectenrekening te ontsnappen, ertoe zal leiden dat de inbrenger-natuurlijke persoon geacht wordt de titularis te zijn van de ingebrachte effectenrekening.

Wat wordt er verstaan onder “titularis van een effectenrekening”?

Titularis van een effectenrekening is de natuurlijke persoon, ongeacht of deze volle eigenaar, blote eigenaar of vruchtgebruiker is, die houder is van een effectenrekening of die geregistreerd of geïdentificeerd is als titularis (houder) van een effectenrekening.

Minderjarige houders worden eveneens beschouwd als titularis, als zij bij de financiële instelling geregistreerd of geïdentificeerd zijn als titularis van de effectenrekeningen. Bijgevolg moet de totale gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten op hun effectenrekening(en) niet worden geglobaliseerd met die van de wettelijke vertegenwoordigers.

Volmachthouders worden niet beschouwd als titularis van een effectenrekening en zijn dus niet aan de taks onderworpen.

Welke financiële instrumenten viseert de taks op de effectenrekening?

De taks op de effectenrekening viseert 5 categorieën van financiële instrumenten ingeschreven op een effectenrekening:

  • Alle beurs- en niet-beursgenoteerde aandelen (ook certificaten).
  • Alle beurs- en niet-beursgenoteerde obligaties (ook certificaten). Onder de term obligatie valt elke financieel instrument dat een kapitaalterugbetaling voorziet, dit is een lening.
  • Alle beurs- en niet-beursgenoteerde rechten van deelneming in gemeenschappelijke beleggingsfondsen of aandelen in beleggingsvennootschappen.
  • Kasbonnen.
  • Warrants.

Welke financiële instrumenten viseert de taks op de effectenrekening NIET?

De taks op de effectenrekening viseert NIET de volgende financiële instrumenten ingeschreven op een effectenrekening:

  • Alle beurs- en niet-beurgenoteerde aandelen die enkel ingeschreven zijn in het aandelenregister van de vennootschap, zonder bijkomende inschrijving op een effectenrekening.
  • Opties, futures of swaps.
  • Pensioenspaarfondsen.
  • Levensverzekeringen.
  • Edele metalen.
  • Grondstoffen.
  • Vastgoedcertificaten.
  • Reverse convertibles.
  • Elk financieel instrument dat geen kapitaalterugbetaling voorziet, ongeacht de benaming ervan: bepaalde structured notes, turbo’s, speeders...

Om echter te vermijden dat natuurlijke personen, hun aandelen op effectenrekening zouden omzetten naar aandelen op naam ingeschreven in het aandelenregister van de vennootschap werd er een antimisbruikbepaling voorzien.

Deze antimisbruikbepaling stelt dat voor titularissen die vanaf 9 december 2017 hun aandelen op een effectenrekening omzetten in aandelen op naam die enkel ingeschreven zijn in het aandelenregister van de vennootschap toch onderworpen zijn aan de taks op de effectenrekening, doch enkel voor de eerstvolgende “referentieperiode” die loopt van 10 maart 2018 tot 30 september 2018. Bovendien heeft de titularis dan ook de verplichting om voor deze periode ZELF de aangifte te doen.

Hoe wordt de taks op de effectenrekening berekend?

Eerst en vooral wat toelichting over bepaalde termen:

Klassieke referentieperiode: dit is een “klassieke” periode van 12 opeenvolgende maanden die aanvangt op 1 oktober en eindigt op 30 september van het volgende jaar.

Voor 2018 is dit uitzonderlijk vanaf 10 maart 2018 tot en met 30 september 2018.

De totale gemiddelde waarde wordt berekend per referentieperiode. De berekening van de totale gemiddelde waarde gebeurt aan de hand van vermogensfoto’s die genomen worden op verschillende referentietijdstippen.

Klassieke referentietijdstippen:dit zijn de tijdstippen waarop de vermogensfoto’s (= waardebepaling) van de effectenrekening worden genomen. In een klassieke periode zijn er in principe vier referentietijdstippen: op 31 december, 31 maart, 30 juni en 30 september.

Voor 2018 worden de vermogensfoto’s, bij uitzondering, slechts genomen op 31 maart, 30 juni en 30 september.

Bijzondere referentieperiode: dit is een “bijzondere” periode die bijvoorbeeld ontstaat naar aanleiding van het afsluiten van een effectenrekening of het schrappen van een titularis op een effectenrekening.

In dit geval eindigt de referentieperiode niet op 30 september maar wel op de dag waarop de titularis niet langer titularis is van deze effectenrekening. De effectentaks zal dan ook afzonderlijk voor deze effectenrekening(en) worden afgerekend.

Bijzondere referentietijdstippen: dit zijn bijkomende tijdstippen die ontstaan ten gevolge van bijvoorbeeld:

  • het openen van een effectenrekening (dit is de start van de referentieperiode voor de nieuwe effectenrekening, met als gevolg dat er een eerste vermogensfoto wordt genomen);
  • het (mede)-titularis worden van een effectenrekening (voor de nieuw toegetreden titularis(sen) zal er een eerste vermogensfoto worden genomen, voor de al bestaande titularis(sen) zal een bijkomende vermogensfoto worden genomen);
  • het sluiten van een effectenrekening (op de datum van afsluiting wordt de laatste vermogensfoto genomen – deze is per definitie steeds nul, op deze dag eindigt dan ook de referentieperiode en zal de taks voor die effectenrekening worden afgerekend);
  • het schrappen van een (mede)-titularis van een effectenrekening (op de dag van de schrapping wordt de laatste vermogensfoto genomen voor de geschrapte titularis). Deze is per definitie steeds nul. Op deze dag eindigt dan ook de referentieperiode voor de geschrapte titularis en zal de taks voor die effectenrekening worden afgerekend; voor de overblijvende titularis(sen) zal op deze dag een bijkomende vermogensfoto worden genomen , maar voor hen loopt de referentieperiode gewoon door).

Overzicht: op het einde van de “klassieke referentieperiode” of van de “bijzondere referentieperiode” wordt de totale gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten berekend op basis van de vermogensfoto’s genomen op de verschillende “klassieke referentietijdstippen” en “bijzondere referentietijdstippen”.

Hoe wordt dit in orde gebracht?

De financiële instelling stuurt de klant een overzicht van zijn aandeel in de gemiddelde waarden van de belastbare financiële instrumenten op de door hem, bij deze financiële instelling, aangehouden effectenrekening(en) tijdens deze referentieperiode.In dit overzicht zal ook de totale gemiddelde waarde en het totale bedrag van de taks op de effectenrekening, dat voor hem berekend werd, vermeld staan.

Op basis van de totale gemiddelde waarde zal de klant in het overzicht ook terugvinden of de taks op de effectenrekening automatisch door de bank wordt ingehouden, dan wel of hem de mogelijkheid wordt geboden om de taks op de effectenrekening door de bank te laten inhouden, de zogenaamde opt-in (zie verder bij de vraag “Hoe en wanneer zal de taks op de effectenrekening worden geïnd?”).

De gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten wordt als volgt bepaald tijdens een klassieke referentieperiode:

  • Doorheen de klassieke referentieperiode vormt de laatste dag van elke driemaandelijkse periode een referentietijdstip: 31 december, 31 maart, 30 juni en 30 september.
  • Op elk klassiek referentietijdstip wordt een vermogensfoto gemaakt van de waarde van de belastbare financiële instrumenten op de effectenrekening.
  • Deze vermogensfoto’s worden opgeteld en gedeeld door het aantal klassieke referentietijdstippen. Normaal gezien zijn er 4 referentietijdstippen.
  • Op die manier wordt de totale gemiddelde waarde verkregen op de laatste dag van de klassieke referentieperiode (dus 30/9).
  • De taks is verschuldigd op de eerste dag volgend op het einde van de klassieke referentieperiode.

Opmerking: in geval van opening, wijziging of afsluiting van een effectenrekening, of wanneer de natuurlijke persoon titularis wordt van een effectenrekening of geen titularis meer is in de loop van de referentieperiode, wordt ook de dag van de opening, wijziging of afsluiting van de effectenrekening, alsook de dag waarop een natuurlijke persoon titularis wordt van een effectenrekening of geen titularis meer is, als een “bijzonder” referentietijdstip beschouwd en wordt dit referentietijdstip voor de berekening van de gemiddelde waarde bijgevoegd bij de “klassieke” referentietijdstippen.

In het geval van het sluiten van een effectenrekening en het schrappen van een titularis van een effectenrekening leidt dit tot een bijzondere referentieperiode en eindigt deze niet op 30 september.

Hoe gebeurt de waardering van de financiële instrumenten op elk referentietijdstip?

De waarde waarmee rekening moet worden gehouden bij elk referentietijdstip is de volgende:

1- Voor beurgenoteerde financiële instrumenten:

  • de slotkoers
  • of, bij gebreke hieraan op het referentietijdstip, de slotkoers van de laatste notering.

2- Voor niet-beursgenoteerde rechten van deelneming in gemeenschappelijke beleggingsfondsen of aandelen in beleggingsvennootschappen:

  • de laatste publiekelijk beschikbare netto inventariswaarde

3- Voor andere niet-beurgenoteerde financiële instrumenten:

  • de waarde van het financiële instrument in de laatst beschikbare MIFID-kwartaalstaat
  • Indien de waarde van het financiële instrument niet is opgenomen in de MIFID-kwartaalstaat : de laatst publiekelijk beschikbare marktwaarde of; bij gebreke hiervan, de naar best vermogen geschatte waarde.

Wanneer is de taks op de effectenrekening verschuldigd?

De taks is verschuldigd afhankelijk van het aandeel als titularis (natuurlijke persoon) in de totale gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten die zijn ingeschreven op al de effectenrekeningen van de klant bij BNP Paribas Fortis NV* en andere Belgische of buitenlandse financiële instellingen tijdens de betrokken referentieperiode.

Het aandeel als titularis in de belastbare financiële instrumenten op de effectenrekening(en) wordt door de wetgever vermoed proportioneel te zijn met het aantal geregistreerde titularissen op een effectenrekening. Titularis rechtspersonen worden als niet-bestaand beschouwd en tellen niet mee.

Gevolg: als er meerdere titularissen zijn op één effectenrekening, wordt het aandeel vermoed proportioneel te zijn met het aantal titularissen (natuurlijke personen). Dit zal vaak niet overeenstemmen met het werkelijke aandeel van elke titularis. Een titularis die ten onrechte teveel taks betaald heeft, kan een teruggave daarvan vragen aan de belastingadministratie mits voorleggen van de nodige bewijsstukken. Hoe en wanneer de aanvraag tot teruggave kan worden ingediend, zal via Koninklijk Besluit worden bepaald.

- Bedraagt het aandeel in de totale gemiddelde waarde op de effectenrekening(en) bij een financiële instelling tijdens de betrokken referentieperiode 500.000 euro of meer?

In dat geval is de klant als titularis van deze effectenrekening(en) de taks van 0.15% verschuldigd. 

Elke financiële instelling heeft dan de verplichting om de hierop verschuldigde taks op de effectenrekening bevrijdend in te houden en door te storten naar de Belgische fiscus. 

- Bedraagt het aandeel in de totale gemiddelde waarde op de effectenrekening(en) bij een financiële instelling tijdens de betrokken referentieperiode minder dan 500.000 euro?

In dat geval zal de financiële instelling de taks op de effectenrekening van 0,15% niet automatisch inhouden.

Toch heeft elke financiële instelling de verplichting om elke titularis de mogelijkheid te bieden om de taks bevrijdend te laten inhouden en door te storten naar de Belgische fiscale administratie. Dit noemen we de opt-in

Het is dan ook aan de titularis ZELF om te bepalen of de totale gemiddelde waarde over de totaliteit van al zijn effectenrekeningen ingeschreven bij meerdere Belgische of buitenlandse tussenpersonen tijdens de betrokken referentieperiode 500.000 euro of meer bedraagt.

* BNP Paribas Fortis NV betreft BNP Paribas Fortis, Fintro en Hello bank!

Hoe en wanneer zal de taks op de effectenrekening worden geïnd?

A – Automatisch via de financiële instelling

In haar hoedanigheid van Belgische financiële instelling zal BNP Paribas Fortis NV de taks op de effectenrekening automatisch innen, indien het aandeel van de titularis in de gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten op alle effectenrekeningen aangehouden bij BNP Paribas Fortis NV 500.000 euro of meer bedraagt tijdens de betrokken referentieperiode.

De titularis is de persoon geïdentificeerd als houder van de effectenrekening.

Het aandeel van de titularis in de belastbare financiële instrumenten op de effectenrekeningen wordt vermoed proportioneel te zijn met het aantal geregistreerde titularissen op de effectenrekening.

Aangezien BNP Paribas Fortis, Fintro en Hello bank! samen één juridische entiteit zijn, ontvangt de klant één brief (overzicht) op het einde van de klassieke periode ( kort na 30 september) of van de bijzondere referentieperiode (kort na datum van het sluiten van een effectenrekening of het schrappen van een titularis). Indien de klant dus effectenrekeningen bezit bij BNP Paribas Fortis, Fintro en Hello bank! dan zullen deze samen op één brief(overzicht) vermeld staan, met een detail per betrokken effectenrekening van het aantal referentietijdstippen, zijn aandeel in de waarde, de waarde van de belastbare instrumenten, de gemiddelde waarde en de taks op de effectenrekening per effectenrekening.

De te betalen taks zal na 8 (bijzondere referentieperiode) of 15 (klassieke referentieperiode) werkdagen automatisch worden ingehouden van de op de brief vermelde cashrekening(en) waarvan de klant uitsluitend titularis is en, bij gebreke daaraan, deze waarvan hij mede-titularis is.

Voorbeeld 1: een koppel getrouwd onder het wettelijk stelsel heeft een gezamenlijke effectenrekening en staan beiden geregistreerd als titularis van deze effectenrekening.

In dit geval wordt de totale gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten gedeeld door twee om het aandeel van elk te berekenen.

1e geval: Ze hebben een gezamenlijke effectenrekening met een gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten van 1.200.000 euro gedurende de “klassieke referentieperiode”. Het aandeel van elk bedraagt dan 600.000 euro en de bank zal automatisch 900 euro inhouden van elke titularis.

2e geval: Ze hebben een gezamenlijke effectenrekening met een gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten van 800.000 euro gedurende de “klassieke referentieperiode”. Het aandeel van elk bedraagt dan 400.000 euro en de bank zal de taks niet inhouden gezien het aandeel van elk kleiner is dan 500.000 euro. (meer uitleg hierover vindt u in de sectie over de opt-in).

B – Opt-in via de financiële instelling

Er wordt steeds een optie voorzien om als titularis een verklaring tot inhouding te doen (opt-in).

Wanneer een klant bij verschillende financiële instellingen effectenrekeningen aanhoudt en vermoedt dat zijn aandeel in de totale gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten 500.000 euro of meer bedraagt, kan hij elke financiële instelling vragen om de taks op de effectenrekening toch in te houden met bevrijdend karakter via een opt-in.

Tijdens de klassieke en bijzondere referentieperiode kan hij uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand die volgt op het einde van de referentieperiode voor dergelijke inhouding opteren.

Voor de klassieke referentieperiode in 2018 zal dit tot uiterlijk 30 november 2018 zijn.

Aangezien BNP Paribas Fortis, Fintro en Hello bank! samen één juridische entiteit zijn, zal hij één brief (overzicht) ontvangen op het einde van de klassieke referentieperiode (kort na 30 september) of van de bijzondere referentieperiode (kort na datum van het sluiten van een effectenrekening of het schrappen van een titularis).

Dit overzicht wordt meegedeeld aan de titularis uiterlijk op de laatste dag van de maand die volgt op het einde van de referentieperiode. Voor 2018 loopt de klassieke referentieperiode van 10 maart 2018 tot 30 september 2018 en met het overzicht uiterlijk op 31 oktober meegedeeld zijn aan de titularis.

Bezit de klant dus effectenrekeningen bij BNP Paribas Fortis, Fintro en Hello bank! dan zullen deze samen op één brief vermeld staan, met het detail, per betrokken effectenrekening, van het aantal referentietijdstippen, het aandeel in de waarde, de waarde van de belastbare instrumenten, de gemiddelde waarde en de taks op de effectenrekening per effectenrekening.

Voorbeeld 1: de titularis van een effectenrekening heeft meerdere effectenrekeningen gespreid over verschillende banken:

  • Effectenrekening bank X, titularis A: 200.000 euro;
  • Effectenrekening bank Y, BNP Paribas Fortis NV, titularis A: 250.000 euro;
  • Effectenrekening bank Z, titularis A: 100.000 euro.

Geen enkele van deze drie banken (X,Y en Z) zal automatisch de taks op de effectenrekening innen. Het aandeel van de totale gemiddelde waarde bedraagt immers in geen enkele bank 500.000 euro of meer.

Indien de klant echter opteert om toch een verklaring tot inhouding te doen bij BNP Paribas Fortis NV, gezien de totale gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten op de effectenrekeningen bij verschillende financiële instellingen 500.000 euro of meer bedraagt tijdens de betrokken referentieperiode, dan zal BNP Paribas Fortis NV hem vragen de verschuldigde taks van 375 euro (0,15% van 250.000 euro ) te storten op een rekeningnummer (met gestructureerde mededeling) op naam van BNP Paribas Fortis NV. Voor de klassieke periode moet deze betaling voor 30 november 2018 gebeuren.

De betaling van het volledige bedrag geldt als expliciete keuze voor de opt-in.

BNP Paribas Fortis NV zal het door u betaalde bedrag doorstorten aan de Belgische fiscale autoriteiten. Bijgevolg is het dan een bevrijdende heffing: de klant hoeft dit bedrag dan niet meer op te nemen in zijn aangifte.

Als de klant deze betaling niet, onvolledig of niet tijdig uitvoert, dan opteert hij niet voor de bevrijdende inhouding van deze taks en zal hij zelf de aangifte en betaling moeten doen naar de fiscale autoriteiten (meer uitleg hierover vindt u in de sectie over de titularis).

Om u als titularis volledig in orde te stellen, zou hij deze verklaring tot inhouding dan ook bij bank X en Z moeten indienen.

C – De titularis doet zelf aangifte en betaling

Indien de klant niet kiest voor de opt-in regeling, doch titularis is van meerdere effectenrekeningen bij verschillende financiële instellingen, en het totaal van de gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten op al zijn effectenrekeningen bedraagt minstens 500.000 euro, dan is hij als titularis zelf verantwoordelijk voor de aangifte en de betaling van de 0,15% taks op de effectenrekening

Rijksinwoners: de aangifte moet uiterlijk op de laatste dag voor indiening van de aangifte in de personenbelasting via Tax-on-web worden ingediend. De eerste aangifte zal dus medio 2019 moeten gebeuren (juiste datum nog te bepalen).

Niet-rijksinwoners: eveneens verplicht aangifte te doen, maar de wijze waarop moet nog worden bepaald.

D – Buitenlandse financiële instelling

Indien de effectenrekening wordt aangehouden bij een buitenlandse financiële instelling is het de titularis zelf die instaat voor:

  • de opmaak van de staten;
  • de berekening van de gemiddelde waarde;
  • de aangifte;
  • de betaling aan de fiscale administratie.

Aangifte: in principe moet een elektronische aangifte worden ingediend. Via Koninklijk Besluit zal worden bepaald op welk kantoor de taks moet worden betaald.

Betaling: de taks moet uiterlijk op 31 augustus van het jaar volgend op het jaar waarin de belastbare grondslag aanwezig was, worden betaald.

Via Koninklijk Besluit zal worden bepaald op welk kantoor de taks moet worden betaald.

Concreet betekent dit dat, voor de klassieke referentieperiode die eindigt op 30/9/2018, de taks uiterlijk op 31/8/2019 moet worden betaald.

Het kan gebeuren dat de buitenlandse financiële instelling de inhouding, aangifte en betaling van de taks op de effectenrekening verricht.

E – Titularissen van aandelen op naam ingeschreven in het aandelenregister van de vennootschap

De omzetting van aandelen tussen 9/12/2017 en 10/3/2018 wordt toegerekend aan de eerste referentieperiode die aanvangt op 10/03/2018. 

Naar aanleiding van de antimisbruikbepaling moet de titularis zelf de aangifte en de betaling aan de fiscale administratie doen.

Samenvatting:

Pour 2018 et 2019 :

  1. 10/3/2018: aanvang klassieke referentieperiode 2018. Opmerking: de referentieperiode kan ook later aanvangen op het moment dat een natuurlijk persoon titularis wordt van een effectenrekening (= bijzonder referentietijdstip, namelijk het openen van een effectenrekening).
  2. 31/3/2018: 1e klassiek referentietijdstip in de klassieke referentieperiode: er wordt een staat opgemaakt van de waarde van de effectenrekening (= vermogensfoto). Opmerking: naast de klassieke referentietijdstippen kunnen er ook nog bijkomende referentietijdstippen ontstaan (bijzondere referentietijdstippen). Bijvoorbeeld: in geval van de opening van een effectenrekening).
  3. 30/6/2018: 2e klassiek referentietijdstip in de klassieke referentieperiode: er wordt een staat opgemaakt van de waarde van de effectenrekening (= vermogensfoto).
  4. 30/9/2018: 3e klassiek referentietijdstip in de klassieke referentieperiode: er wordt een staat opgemaakt van de waarde van de effectenrekening (= vermogensfoto).
  5. 30/09/2018: einde klassieke referentieperiode: alle staten worden opgeteld en gedeeld door het aantal referentietijdstippen (klassieke en bijzondere referentietijdstippen). Hierdoor wordt de gemiddelde waarde verkregen op de laatste dag van de referentieperiode. Opmerking: de referentieperiode kan ook eindigen vanaf het moment dat een natuurlijk persoon niet langer titularis is van een effectenrekening (bijzonder referentietijdstip/bijzondere referentieperiode, namelijk het afsluiten van een effectenrekening).
  6. Alle effectenrekeningen van eenzelfde titularis bij dezelfde financiële instelling worden geglobaliseerd op het einde van elke betrokken referentieperiode. Op deze manier wordt de totale gemiddelde waarde bepaald >= 500.000 euro of < 500.000 euro.
  7. Vanaf 1/10/2018 tot uiterlijk 31/10/2018: verzenden van de brief (overzicht ) naar elke titularis met vermelding van de totale gemiddelde waarde en de totale taks voor de bij BNP Paribas Fortis NV aangehouden effectenrekeningen. Eveneens zal in de bijlage, per betrokken effectenrekening, het detail van het aantal referentietijdstippen, zijn aandeel in de waarde, de waarde van de belastbare instrumenten, de gemiddelde waarde en de taks op de effectenrekening per effectenrekening vermeld staan.
  8. In geval van >= 500.000 euro zal de te betalen taks 15 werkdagen na opmaak van de brief, automatisch worden gedebiteerd van de cashrekening(en) waarvan de klant uitsluitend titularis is en, bij gebreke daaraan, deze waarvan hij mede-titularis is.
  9. Ingeval van < 500.000 euro zal de klant als titularis de mogelijkheid worden geboden om een verklaring tot inhouding te doen, de zogenaamde opt-in. Bij BNP Paribas Fortis NV bestaat de opt-in eruit het volledige verschuldigde taksbedrag te storten op een rekeningnummer (met gestructureerde mededeling) op naam van BNP Paribas Fortis NV. Deze betaling moet BNP Paribas Fortis NV uiterlijk op 30 november 2018 bereiken.
  10. De aangifte en de betaling van de taks door de financiële instelling mag in principe niet later gebeuren dan op 20/12/2018.
  11. Aanvang nieuwe referentieperiode 2019: 1/10/2018.
  12. 31/12/2018: 1e klassiek referentietijdstip in de klassieke referentieperiode: er wordt een staat opgemaakt van de waarde van de effectenrekening (= vermogensfoto).
  13. 31/3/2019: 2e klassiek referentietijdstip in de klassieke referentieperiode: er wordt een staat opgemaakt van de waarde van de effectenrekening (= vermogensfoto).
  14. 30/6/2019: 3e klassiek referentietijdstip in de klassieke referentieperiode: er wordt een staat opgemaakt van de waarde van de effectenrekening (= vermogensfoto).
  15. 30/9/2019: 4e klassiek referentietijdstip in de klassieke referentieperiode: er wordt een staat opgemaakt van de waarde van de effectenrekening (= vermogensfoto).
  16. Alle effectenrekeningen van eenzelfde titularis bij dezelfde financiële instelling worden geglobaliseerd op het einde van elke referentieperiode. Op deze manier wordt de totale gemiddelde waarde bepaald >= 500.000 euro of < 500.000 euro.
  17. Vanaf 1/10/2019 tot uiterlijk 31/10/2019: verzenden van de brief (overzicht ) naar elke titularis met vermelding van de totale gemiddelde waarde en de totale taks voor bij BNP Paribas Fortis NV aangehouden effectenrekeningen. Eveneens zal in de bijlage, per betrokken effectenrekening, het detail van het aantal referentietijdstippen, zijn aandeel in de waarde, de waarde van de belastbare instrumenten, de gemiddelde waarde en de taks op de effectenrekening per effectenrekening vermeld staan.
  18. Ingeval van >= 500.000 euro zal de te betalen taks 15 werkdagen na opmaak van de brief, automatisch worden gedebiteerd van de cashrekening(en) waarvan de klant uitsluitend titularis is en, bij gebreke daaraan, deze waarvan hij mede-titularis is.
  19. Ingeval van < 500.000 euro zal de klant als titularis de mogelijkheid worden geboden om een verklaring tot inhouding te doen, de zogenaamde opt-in. Bij BNP Paribas Fortis NV bestaat de opt-in eruit de volledige verschuldigde belasting te storten op een rekeningnummer (met gestructureerde mededeling) op naam van BNP Paribas Fortis NV. Deze betaling moet BNP Paribas Fortis NV uiterlijk op 30 november 2019 bereiken.
  20. Aangifte en betaling van de taks door de financiële instelling mag in principe niet later dan op 20/12/2019.