Belangrijkste risico’s
Kredietrisico: in geval van faillissement of herstructurering van de emittent en/of de garant, opgelegd door de afwikkelingsautoriteit in het kader van de maatregelen betreffende het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen om een faillissement te vermijden (bail-in), aanvaardt de belegger het risico om het belegde bedrag geheel of gedeeltelijk te verliezen, of kan hij door een beslissing van de regulator worden verplicht om deze om te zetten in eigen kapitaal (aandelen). Bevoorrechte schuldeisers (zoals depositohouders) lopen deze risico’s misschien niet.
Risico op beperkte prestaties: indien de emittent beslist over te gaan tot de vervroegde terugbetaling van de obligaties zal geen enkele van de latere coupons worden uitbetaald. Als de marktrente op het ogenblik van de vervroegde terugbetaling is gedaald, zal het bovendien niet mogelijk zijn om het kapitaal te herbeleggen in een product met vergelijkbare voorwaarden.
Inflatierisico: inflatie leidt tot een verlies aan rendement voor alle spaarders en beleggers. Het risico van een negatieve reële rente (nominale rente gecorrigeerd voor inflatie) is groter naarmate de inflatie hoger is.
Liquiditeitsrisico: deze obligaties zijn niet genoteerd op een gereglementeerde markt. BNP Paribas Fortis nv heeft het voornemen de liquiditeit ervan te verzekeren door op te treden als koper, behalve in uitzonderlijke omstandigheden. De belegger die zijn obligaties zou willen doorverkopen voor de eindvervaldag zal ze moeten verkopen voor de prijs bepaald door BNP Paribas Fortis nv. Dit zal afhankelijk van de marktparameters van het moment gebeuren (zie hieronder) en kan een prijs met zich meebrengen die lager is dan de nominale waarde per coupure (1.000 EUR). In geval van verkoop voor de eindvervaldag moet bovendien rekening worden gehouden met transactiekosten, taks op de beursverrichtingen en eventuele belastingen (zie hoger).
Risico op prijsschommelingen van de obligatie (marktrisico): het recht op een terugbetaling tegen 100% van de nominale waarde geldt enkel op de eindvervaldag of in geval van vervroegde terugbetaling naar goeddunken van de emittent. In de periode daartussen kan de prijs van de obligaties zowel stijgen als dalen in functie van parameters zoals de financiële gezondheid van de emittent en de garant, en de evolutie van de rentevoeten. Dit risico is meestal groter bij het begin van de looptijd van het product.
Ander mogelijk geval van vervroegde terugbetaling (behalve de vervroegde terugbetaling naar goeddunken van de emittent): in geval van overmacht waardoor het onmogelijk is om de obligaties te houden (zoals bijvoorbeeld indien het illegaal of onmogelijk is voor de emittent om zijn verplichtingen na te komen in het kader van de obligaties) kan de emittent de houders van de obligaties op de hoogte brengen van een vervroegde terugbetaling tegen de marktprijs van de obligaties. In voorkomend geval zal de emittent enkel die kosten factureren die onvermijdelijk zijn om de beleggers de marktwaarde die hen toekomt uit te betalen.