Patrimoniale actualiteit

Luxemburgse familiale beleggingsinstellingen voortaan onderworpen aan kaaimantaks

Auteur: Xavier Nelis, estate planner

18 januari 2016

  

De wet van 26 december 2015 [1] brengt vanaf het aanslagjaar 2016 wijzigingen aan de zogenaamde kaaimantaks. Deze doorkijkbelasting belast juridische constructies in het buitenland. Zij kwam al ter sprake in onze Patrimoniale Actualiteit van 12 juni 2015. We raden u aan dat u die leest vóór u de nieuwe bepalingen bekijkt die deze belasting andermaal aanscherpen en versterken. Hier vatten wij alvast de belangrijkste nieuwe maatregelen samen.

 

Ter herinnering: de zgn kaaimantaks beoogt de inkomsten van bepaalde laag-belaste of niet-belaste juridische constructies (trusts, stichtingen, vennootschappen ...) via het doorkijkregime te belasten in hoofde van de oprichters of de derde begunstigden.

 

Taak van Administratie van belastingen wordt makkelijker

Een eindejaarswet heeft verschillende maatregelen genomen om de opdracht van de belastingadministratie die de juridische constructies in kwestie moet controleren, te vergemakkelijken:

  • Het is niet langer voldoende om het bestaan van een juridische constructie te vermelden in de personenbelasting. Voortaan moeten ook vermeld worden: de volledige naam, de rechtsvorm, het adres en desgevallend het identificatienummer van de juridische constructie. Voor juridische constructies van categorie 1 (type 'trusts'), komen daar ook de naam en het adres van de bestuurder bij.
     
  • Ook juridische constructies met een 'daadwerkelijke activiteit', moeten in de personenbelasting worden aangegeven. De wettekst sluit ze weliswaar uit van de kaaimantaks maar door die nieuwe aangifteplicht heeft de belastingadministratie weet van hun bestaan. Ze kan de belastingplichtige vervolgens het bewijs vragen dat de aangegeven juridische constructie effectief voldoet aan de wettelijke uitsluitingsvoorwaarden. Dat komt neer op een feitelijke omkering van de bewijslast: niet langer de fiscus moet bewijzen dat de constructie belastbaar is; de belastingplichtige moet bewijzen dat de constructie vrijgesteld is. Belastingheffing wordt op die manier de standaardregel.
     
  • Met een nieuwe antimisbruikmaatregel wordt de belasting toepasbaar op publieke instellingen voor collectieve belegging en beursgenoteerde vennootschappen indien 'de rechten door een of meerdere met elkaar verbonden personen worden aangehouden, in voorkomend geval per afzonderlijk compartiment beschouwd'.
    De wet beschouwt als 'met elkaar verbonden personen':

        - een of meer natuurlijke of rechtspersonen die controle uitoefenen op een andere rechtspersoon zoals bedoeld in artikel 5 van het Wetboek van vennootschappen (bijvoorbeeld: een vennoot heeft het recht om de meerderheid van bestuurders    of zaakvoerders aan te stellen of te ontslaan); of

        - personen die bloed- of aanverwanten zijn tot in de vierde graad; of

        - personen die met elkaar gehuwd zijn, wettelijk samenwonen, of die hun woonplaats of de zetel van hun vermogen op hetzelfde adres gevestigd hebben.

 

Naast deze maatregelen werd de limitatieve lijst van juridische constructies van categorie 2 (laag-belaste rechtspersonen) in de Europese Economische Ruimte (de EER) uitgebreid.[2]
Naast de Stiftung van Liechtenstein, de Anstalt van Liechtenstein en de Luxemburgse 'société de gestion de patrimoine familial zijn voortaan ook betrokken:

  • de Luxemburgse vermogensstichting;
     
  • zgn. 'hybride' vennootschappen in de EER.
    Volgens het Verslag aan de Koning gaat het om vennootschappen 'die naar Belgisch fiscaal recht niet transparant worden behandeld, maar die op basis van het fiscale recht van de lidstaat van de Europese Economische Ruimte waar die vennootschappen zijn gevestigd, wel fiscaal transparant worden behandeld'.
    Als een Belgische ingezetene zijn portefeuille plaatste in een vennootschap van dit type, zoals bijvoorbeeld een 'société en commandite simple' (SCS), een gewone commanditaire vennootschap (GCV) naar Luxemburgs recht, diende hij in Luxemburg geen belastingen te betalen op de door de vennootschap ontvangen inkomsten van niet-Luxemburgse oorsprong. Hij was ook niet belastingplichtig in België zolang de GCV haar winst niet uitkeerde.
    Zodoende maakte de Belgische ingezetene en belegger dus gebruik van een andere structuur dan de société de gestion de patrimoine familial die, zoals we net al zagen, reeds op de oorspronkelijke lijst van entiteiten stond die geviseerd waren door de kaaimantaks.
    Hybride vennootschappen staan nu ook op de lijst van juridische constructies die door de kaaimantaks worden geviseerd maar enkel als ze inkomsten van Belgische oorsprong ontvangen die niet belastbaar zijn in België;
     
  • beursgenoteerde vennootschappen, openbare ICB's ... in de EER waarvan een of meer met elkaar verbonden personen de rechten aanhouden, in voorkomend geval beschouwd per afzonderlijk compartiment.

De combinatie van deze maatregelen heeft tot gevolg dat de inkomsten van met name een Luxemburgse bevek (of van een compartiment van een bevek), waarvan de aandeelhouders 'met elkaar verbonden personen' zijn in de ruime zin zoals hierboven toegelicht, voortaan onderworpen zijn aan de kaaimantaks.

 

Bijsturingen


Bepaalde correcties zijn van toepassing wanneer een laag-belaste of niet-belaste rechtspersoon (juridische constructie van categorie 2) uitkeringen doet in het kader van zijn vereffening.

  • De wet bepaalt zeer duidelijk dat, als de rechtspersoon in vereffening gaat, de liquidatieheffing (27%) enkel verschuldigd is op het gedeelte dat het ingebrachte kapitaal overschrijdt. Als dit ingebrachte kapitaal van verdachte oorsprong is ('grijze' of 'zwarte' fondsen), wordt op die fondsen geen liquidatiebelasting geheven. Ze dienen geregulariseerd volgens de permanente regularisatieprocedure die, laat ons hopen, zal worden ingevoerd na het akkoord van de Gewesten over de successierechten.
     
  • We wezen vroeger reeds op gevallen van dubbele belasting als een mogelijk gevolg van de kaaimantaks. Een maatregel om dat te vermijden was er al. Hij was evenwel ontoereikend omdat hij niet van toepassing was bij een ontbinding van de rechtspersoon.
    Wanneer een juridische entiteit van categorie 2 inkomsten uitkeert in het kader van haar ontbinding, is voortaan geen enkele nieuwe belasting verschuldigd indien en in de mate dat de oprichter of de derde begunstigde aantoont dat die inkomsten zijn samengesteld uit inkomsten die de juridische constructie verkreeg en die in België al aan de kaaimantaks zijn onderworpen. Bedoeld is dan de doorkijkbelasting in hoofde van die oprichter of derde begunstigde. We vrezen evenwel dat die bijsturing onvoldoende zal zijn en andere gevallen van dubbele belasting zich zullen voordoen.

 

[1] Belgisch Staatsblad van 30 december 2015, tweede editie.

[2] Koninklijk Besluit van 18 december 2015, Belgisch Staatsblad van 29 december 2015 ter vervanging van de oude lijst opgenomen in het Koninklijk Besluit van 23 augustus 2015

 


Redactie afgesloten op 14 januari 2016. Na deze datum kunnen de wetgeving en reglementering uiteraard gewijzigd zijn
 

© BNP Paribas Fortis Private Banking, Warandeberg 3, 1000 Brussel. Overname van dit artikel toegelaten mits bronvermelding

  

Dit artikel afdrukken
 

 

 Dit artikel delen

 

 

 

Wenst u meer informatie over onderwerpen die aan bod komen in de Patrimoniale Actualiteit? Uw private banker en zijn medewerkers op het vlak van Estate planning zijn u graag van dienst.

Wenst u op de hoogte te blijven van de laatste fiscale wijzigingen? Schrijf u nu gratis in op onze Private Banking Alerts via www.bnpparibasfortis.be/PBA

 

 

 

De inlichtingen en meningen opgenomen in onderhavige brief zijn toelichtingen met een louter informatief karakter. Zij kunnen in geen geval beschouwd worden als adviezen of aanbevelingen van fiscale, juridische of andere aard. Zij houden geen rekening met uw persoonlijke situatie.

Wij verzoeken u dan ook uw raadsman te contacteren vooraleer enige beslissing te nemen die rechtstreeks of onrechtstreeks gebaseerd is op de inlichtingen vervat in deze brief. Deze Algemene Bankvoorwaarden vormen het algemene kader van de conventionele relatie tussen BNP Paribas Fortis NV kredietinstelling met maatschappelijke zetel gevestigd is in 1000 Brussel, Warandeberg 3 - B.T.W. BE 0403.199.702 - RPR Brussel, onder het prudentieel toezicht van de Nationale Bank van België, Berlaimontlaan 14, 1000 Brussel en de controle inzake beleggers- en consumentenbescherming van de Autoriteit van Financiële Diensten en Markten (FSMA), Congresstraat 12-14, 1000 Brussel en ingeschreven als verzekeringsagent onder FSMA-nr. 25879 A, en haar klanten.

 

 

 

 

 

 

 

  •