De Europese domiciliëring in een notendop

De Europese domiciliëring (SEPA Direct Debit of SDD) is eind 2009 in werking getreden. Om de overgang niet te abrupt te laten verlopen, is een overgangsperiode voorzien. Tijdens die overgangsperiode worden de nationale domiciliëringssystemen (in België: DOM80) gebruikt naast het Europese systeem. Na een beslissing van het Europees Parlement zullen de nationale systemen vanaf 1 februari 2014 niet meer worden gebruikt.

 

Model met vier partijen

De Europese domiciliëring is gebaseerd op een model met vier partijen:

  • de schuldenaar (betaler),
  • de schuldeiser (begunstigde),
  • de bank van de schuldenaar,
  • de bank van de schuldeiser.

 

Mandaat

Het grote verschil met de nationale domiciliëring (DOM80) schuilt in het mandaat. Dat wordt niet langer afgesloten tussen de betaler en zijn eigen bank, maar tussen de betaler en de begunstigde. Voortaan is de begunstigde verantwoordelijk voor het beheer van zijn mandaten. Ontdek meer over het domiciliëringsmandaat.

 

In de praktijk

  • Een begunstigde die de Europese domiciliëring wil gebruiken, tekent een contract met zijn bank.

  • De betaler geeft de begunstigde een mandaat om eenmalig of herhaaldelijk invorderingen in euro te doen vanaf zijn rekening.
  • De begunstigde brengt de betaler op de hoogte dat er een invordering op zijn rekening zal gebeuren.
  • De begunstigde zendt het mandaat en de opdracht tot invordering elektronisch naar zijn bank.
  • De bank van de begunstigde geeft de opdracht door aan de bank van de betaler.
  • De bank van de betaler int het bedrag op de rekening van de betaler.
  • De bank van de betaler stort het bedrag door aan de bank van de begunstigde.
  • De bank van de begunstigde bevestigt aan de begunstigde dat ze de inning heeft ontvangen en crediteert zijn rekening.

 
 
De Europese domiciliëring in een notendop
Vragen? Neem contact op met uw Fintro-agent   

Interessante producten:


Afdrukken