Joséphine de Grand Ry

Nieuwe Europese erfrechtverordening bepaalt welk recht van toepassing is bij de overgang van een nalatenschap


 

De Europese verordening nr. 650/2012 (publicatie: 4 juli 2012) betekent een stap vooruit voor grensoverschrijdende Europese nalatenschappen. Zij bepaalt o.m. welke burgerlijke wet van toepassing is op de nalatenschap van een inwoner van de Europese Unie. Ze geldt voor nalatenschappen die openvallen vanaf 17 augustus 2015.

 

 

Context

De toegenomen mobiliteit in de Europese Unie zorgt voor alsmaar meer internationale nalatenschappen. De cijfers spreken voor zich: zowat 12,3 miljoen Europeanen wonen niet in het land waarvan zij de nationaliteit hebben. Elk jaar zijn er ongeveer 450.000 internationale nalatenschappen in Europa.

Stel: een inwoner van België had zijn laatste gewone verblijfplaats in Spanje en laat bij zijn overlijden zowel goederen in Spanje als in België na. Elk land hanteert dan eigen regels om te bepalen welk erfrecht van toepassing is. Dat gaf aanleiding tot situaties waarin het burgerlijk erfrecht van beide landen tegelijk van toepassing was voor de roerende en voor de onroerende goederen en dat gaf op zijn beurt aanleiding tot wetsconflicten. De gehanteerde regels kunnen immers sterk verschillen, vooral inzake de bescherming van de reservataire erfgenamen.

Het Europese Parlement en de Europese Raad waren zich daarvan bewust. Zij wilden mensen met vermogensrechtelijke belangen in twee of meer landen, de mogelijkheid bieden om hun nalatenschap eenvoudiger en onder de toepassing van slechts één wet te regelen. De verordening speelt daarop in en betekent dus een belangrijke hervorming in de grensoverschrijdende nalatenschappen.

De verordening beoogt wel enkel coördinatie. Ze wil dus enkel de regels van het internationaal privaatrecht bepalen voor het niveau van de wet die op de nalatenschappen van toepassing is. Zelf legt de verordening geen erfopvolging op of regels voor de reserve. Ze bepaalt dus alleen maar welk erfrecht op burgerlijk niveau van toepassing is voor internationale nalatenschappen in de Europese Unie.

Voorts harmoniseert de verordening de regels voor de bepaling van de rechtbanken die bevoegd zijn om geschillen te beslechten over internationale nalatenschappen in de Europese Unie. Verder is er ook afstemming van de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen. Datzelfde geldt ook voor de aanvaardbaarheid en tenuitvoerlegging van authentieke akten in dit perspectief. De verordening voert ook een Europese erfrechtverklaring in aan de hand waarvan men zijn hoedanigheid als erfgenaam, legataris of beheerder van de nalatenschap in alle lidstaten zal kunnen aantonen.

De verordening is uiterst technisch. Daarom beperken we ons tot een beschrijving van de belangrijkste elementen.


Inwerkingtreding

De verordening geldt enkel voor nalatenschappen die openvallen vanaf 17 augustus 2015 (artikelen 83 en 84). Tot 16 augustus 2015 blijven dus de huidige regels van het internationale privaatrecht van toepassing. U hoeft bovendien niet noodzakelijk uw successieplanning te herbekijken na 17 augustus 2015. De verordening laat immers ruimte voor beide keuzes:

  • de keuze die u maakte vóór de inwerkingtreding van de verordening, volgens het internationale privaatrecht van kracht op het ogenblik van uw keuze;
  • de keuze die u maakte volgens de nieuwe verordening, ook al was ze op het ogenblik van uw keuze niet geldig.


Toepassingsgebied


De verordening wordt van kracht in alle landen van Europa, op Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Ierland na. Die landen blijven de huidige regels van het internationale privaatrecht (IPR) hanteren.

Het materiële toepassingsgebied van de verordening omvat de regels van het IPR voor alle burgerrechtelijke aspecten van een grensoverschrijdende nalatenschap. Het gaat daarbij om:

  • elke vorm van overdracht van goederen, rechten en plichten ingevolge overlijden;
  • ongeacht of het gaat om een vrijwillige overdracht in uitvoering van een uiterste wilsbeschikking of een overdracht in het kader van een nalatenschap zonder testament.

De verordering geldt uitdrukkelijk niet voor de regels van het IPR met betrekking tot o.m.:

  • schenkingen;
  • levensverzekeringsovereenkomsten;
  • trusts;
  • huwelijksvermogensstelsels;
  • onderhoudsverplichtingen;
  • fiscale zaken.

Fiscaal gezien verandert er dus niets. Zowel het land waar de overledene woonde als het land waar zich een vermogensbestanddeel bevindt, behoudt het recht om de overdracht te belasten. Ondanks deze toepassing van eigen wetgeving kunnen er toch bilaterale overeenkomsten zijn om in bepaalde gevallen een dubbele belastingheffing te vermijden[1].


Burgerlijke wet van toepassing op de nalatenschap krachtens de verordening


In de regel geldt de erfwet van de staat waar de overledene zijn laatste gewone verblijfplaats had. Die wet beheerst de integrale nalatenschap, roerende én onroerende goederen (artikel 21).

Dat is een belangrijke vernieuwing. Het Belgische IPR-stelsel bepaalde bijvoorbeeld dat onroerende goederen in het buitenland onderworpen waren aan de wet van de staat waar ze zich bevonden.

Bovendien biedt de verordening de mogelijkheid om een nalatenschap op voorhand te regelen bij testament en te kiezen welke burgerlijke wet op uw nalatenschap van toepassing is.

U kiest dan de wet die o.m. de wettelijke en reservataire erfgenamen, de regels voor de reserve en het beschikbare gedeelte zal bepalen. Dat is ook interessant voor een Belgische inwoner die beroepsmatig regelmatig in een ander land verblijft en van wie de gewone verblijfplaats bij overlijden moeilijk te bepalen valt. Het kan voor hem interessant én geruststellend zijn om nu alvast de Belgische burgerlijke wet te kiezen voor de afhandeling van zijn nalatenschap.

De keuze blijft wel heel beperkt. De toekomstige erflater kan immers enkel kiezen tussen:

  • de wet van de staat waarvan hij de nationaliteit heeft op het ogenblik van zijn keuze;
  • de wet van de staat waarvan hij de nationaliteit heeft op het ogenblik van overlijden (artikel 22).

Even opletten met Spanje. Deze staat heeft op burgerrechtelijk gebied verschillende wetgevingen. Daardoor moet u de verwijzing naar de wet van de staat waarvan hij de nationaliteit heeft, lezen als de 'lokale wet', de wet dus van een van de verschillende autonome regio's.

Die keuze moet uitdrukkelijk worden opgenomen in een verklaring in de vorm van een uiterste wilsbeschikking of ze moet voortvloeien uit de bepalingen van een dergelijke beschikking. U moet het testament dus zorgvuldig opstellen om eventuele latere interpretatieconflicten te vermijden.

Die keuze is niet voor eeuwig onveranderlijk: de toekomstige erflater mag ze naderhand altijd wijzigen of herroepen, mits respect voor de vormvoorschriften, als de keuze niet langer strookt met zijn bedoelingen.
 

Besluit

De Europese verordening maakt de wettelijke overgang van internationale nalatenschappen binnen de Europese Unie transparanter op burgerlijk vlak. Slechts één wet naar keuze van de erflater zal die voortaan regelen:

  • de wet van de staat waar de overledene zijn verblijfplaats heeft of;
  • de wet van de staat waarvan hij de nationaliteit heeft , hetzij op het ogenblik van zijn keuze, hetzij bij zijn overlijden.

Zijn keuzemogelijkheid blijft wel beperkt tot de wet die van toepassing is voor zijn nalatenschap voor de burgerrechtelijke aspecten. Aan de fiscale regels zelf of aan de fiscale bevoegdheden van de staten wordt niet geraakt. De verordering houdt dus ook geen beperking in op de dubbele belastingheffing bij internationale nalatenschappen


[1] België heeft enkel met Frankrijk en Zweden dergelijke conventies ter vermijding van dubbele belasting voor de successierechten.

 

   Patrimoniale actualiteit gepubliceerd op 14 augustus 2015.

Dit artikel afdrukken
 

 

 

 Klik hier om te delen

 

 

 

Wenst u meer informatie over onderwerpen die aan bod komen in de Patrimoniale Actualiteit? Uw private banker en zijn medewerkers op het vlak van Estate planning zijn u graag van dienst.

Wenst u op de hoogte te blijven van de laatste fiscale wijzigingen? Schrijf u nu gratis in op onze Private Banking Alerts via www.bnpparibasfortis.be/PBA

 

 

 

De inlichtingen en meningen opgenomen in onderhavige brief zijn toelichtingen met een louter informatief karakter. Zij kunnen in geen geval beschouwd worden als adviezen of aanbevelingen van fiscale, juridische of andere aard. Zij houden geen rekening met uw persoonlijke situatie.

Wij verzoeken u dan ook uw raadsman te contacteren vooraleer enige beslissing te nemen die rechtstreeks of onrechtstreeks gebaseerd is op de inlichtingen vervat in deze brief. Deze Algemene Bankvoorwaarden vormen het algemene kader van de conventionele relatie tussen BNP Paribas Fortis NV kredietinstelling met maatschappelijke zetel gevestigd is in 1000 Brussel, Warandeberg 3 - B.T.W. BE 0403.199.702 - RPR Brussel, onder het prudentieel toezicht van de Nationale Bank van België, Berlaimontlaan 14, 1000 Brussel en de controle inzake beleggers- en consumentenbescherming van de Autoriteit van Financiële Diensten en Markten (FSMA), Congresstraat 12-14, 1000 Brussel en ingeschreven als verzekeringsagent onder FSMA-nr. 25879 A, en haar klanten.