img

Flexible Dynamic W1, W4, W7 en W10

  • Compartimenten van de bevek naar Belgisch recht BNP Paribas B Control
  • Munteenheid: euro
  • Geen kapitaalbescherming. Geen vooraf bepaalde eindvervaldag
  • Beleggingshorizon: 3 tot 7 jaar
  • Beheersvennootschap: BNP Paribas Investment Partners Belgium NV
  • Financiële dienst: BNP Paribas Fortis NV
  • Permanente inschrijving op basis van de netto-inventariswaarde
  • De NIW wordt gepubliceerd op www.beama.be
Flexible Dynamic fonds stratégique

    In een notendop
     

    • Gemengde portefeuille (aandelen, obligaties, alternatieve beleggingen, en liquiditeiten): deze kan de basis vormen voor elke beleggingsportefeuille.  
    • Geen kapitaalbescherming: er zijn wel twee specifieke mechanismen om het risico onder controle te houden.
    • Dakfonds: zeer ruime Europese spreiding
    • Actief beheer: de samenstelling van de portefeuille sluit altijd aan bij het beleggersprofiel
    • Flexibel beheer: de beheerder mikt op rendement door de portefeuille aan te passen op grond van zijn vooruitzichten en de marktvoorwaarden

Beleggingsbeleid

De compartimenten zijn dakfondsen (ook wel fondsen van fondsen genoemd). Ze beleggen dus niet rechtstreeks in aandelen en obligaties, maar wel in andere Instellingen voor Collectieve Belegging (ICB). Die beleggen op hun beurt op de obligatie- en aandelenmarkten en in alternatieve beleggingen. Hierbij wordt de nadruk gelegd op een Europese spreiding (minimaal 90% van de beleggingen).

Doelstellingen

  • Kapitaalgroei op lange termijn. 
     
  • Ruime risicospreiding via een gediversifieerde belegging op Europese schaal, in Instellingen voor Collectieve Belegging (ICB).
     
  • Wanneer de markten stijgen, tracht de beheerder beter te presteren dan een referentieportefeuille met hetzelfde risicoprofiel (dynamisch). Daarvoor heeft hij een zekere flexibiliteit. Dankzij een actief portefeuillebeheer kan hij van de wegingen van de referentieportefeuille afwijken naar gelang van de marktvoorwaarden en zijn vooruitzichten. Wel moet hij bepaalde grenzen in acht nemen (zie onderstaande tabel).

    Samenstelling van de referentieportefeuille en speelruimte van de beheerder
     AandelenObligatiesAlternatieve beleggingenLiquidi-teiten

    Referentie-

    portefeuille

    68,50%10,50%21%0%
    Opgelegde grenzen40%-90%0%-40%0%-40%0%-50%

     

    Elk jaar wordt aan het begin van de referentieperiode de samenstelling van de portefeuille automatisch teruggebracht naar de strategische wegingen die de beheerder aanbeveelt op grond van zijn vooruitzichten en de marktvoorwaarden. Daarna bepaalt het verloop van de financiële markten de portefeuillesamenstelling.

     

    Compartiment

    Referentie-

    periode

    Flexible Dynamic W101.01 - 31.12
    Flexible Dynamic W401.04 - 31.03
    Flexible Dynamic W701.07 - 30.06
    Flexible Dynamic W1001.10 - 30.09

       

  • Risicocontrole via twee specifieke beheersmechanismen.
    Er is geen enkele garantie dat de vooropgestelde doelstellingen via deze twee mechanismen behaald worden.
     
    Verdedigingsdoelstelling bij dalende markten

     

    Bij dalende markten doet de beheerder er alles aan om de daling over één jaar tot maximaal -15% te beperken. In de praktijk worden de activa in de portefeuille gedeeltelijk of volledig gearbitreerd ten voordele van liquiditeiten en obligaties in euro.

     

    Bijvoorbeeld

     

    Stel dat de referentiewaarde voor het lopende jaar 100 euro is.

    De referentiedrempel waar de beheerder in het lopende jaar niet wil onder gaan, wordt berekend als volgt:

    100 euro – (15% x 100 euro) = 85 euro.

     

    Reactie bij stijging van de netto-inventariswaarde

     

    Als de netto-inventariswaarde (NIW) om het even wanneer met minstens 7,50% stijgt tegenover de referentiewaarde die in het begin van de jaarlijkse periode werd vastgelegd, leidt dit tot een verhoging van de referentiedrempel waarop de verdedigingsdoelstelling is gebaseerd.

     

    Bijvoorbeeld

     

    Stel dat de referentiewaarde voor het lopende jaar 100 euro bedraagt en dat de NIW van het compartiment naar 120 euro klimt.

    De nieuwe referentiewaarde stijgt dan meteen tot 120 euro en de referentiewaarde waaronder de beheerder de rest van het lopende jaar niet mag zakken wordt dan berekend als volgt:

    120 euro – (15% x 120 euro) = 102  euro. 

      

 

In een oogopslag

 

img_subtitle2

 

SP: stijgingspercentage dat, eenmaal bereikt, ervoor zorgt dat de referentiewaarde en de referentiedrempel opgetrokken worden.
RW: referentiewaarde die elk jaar op de verjaardag van de lancering opnieuw bepaald wordt.

NIW: netto-inventariswaarde die op alle bankwerkdagen berekend wordt.

RD: referentiedrempel die evolueert in functie van de referentiewaarde = het bodemniveau waaronder de inventariswaarde niet mag zakken. 

 

 

Huidige referentiewaarden en -drempels voor de compartimenten Flexible Dynamic

Compartiment

Referentie-periode

Referentie-waarde lopende periode

Referentie-

drempel*

Flexible Dynamic W101.01.2016 -31.12.2016  136,71 EUR 116,21 EUR
Flexible Dynamic W401.04.2016 -31.03.2017 142,42 EUR 121,06 EUR

Flexible 
 dynamic W7

 01.07.2016 -30.06.2017 107,50 EUR 91,38 EUR
Flexible Dynamic W10 01.10.2015 -30.09.2016 106,01 EUR 90,11 EUR
  

*Er is geen enkele garantie dat deze doelstelling wordt behaald.

 


Voordelen

  • Eenvoudige belegging 'op maat': deze kan de basis vormen voor elke obligatieportefeuille, zelfs met een beperkt startkapitaal. 
       
  • Comfort: de belegger moet nergens aan denken aangezien hij de opvolging toevertrouwt aan specialisten. Dankzij het actieve beheer volgt de portefeuillesamenstelling altijd de voorwaarden op de obligatiemarkten en het risicoprofiel van de belegger.   
     
  • Risicocontrole via twee mechanismen die door het beleggingsbeleid zijn geregeld: het eerste mechanisme tracht het jaarlijkse verlies tot maximaal -15% te beperken; het tweede mechanisme streeft ernaar op een stijging van 7,50 % van de netto-inventariswaarde te reageren. Er is geen enkele garantie dat de vooropgestelde doelstellingen via deze twee mechanismen behaald worden. 
     
  • Hoog potentieel rendement op lange termijn
 

Risico's

  • Kapitaalrisico: geen kapitaalbescherming. De belegger moet beseffen dat er geen enkele garantie is dat de doelstellingen van het compartiment via deze twee mechanismen behaald worden. De waarde van zijn belegging kan zowel stijgen als dalen. Bij een terugkoop (verkoop) is het dus mogelijk dat hij zijn oorspronkelijk belegde kapitaal (zonder kosten) niet volledig terugkrijgt.
     
  • Kredietrisico: dit risico betreft de (on)mogelijkheid van een emittent om zijn verbintenissen na te komen. De neerwaartse herziening van de rating van een uitgifte of emittent kan leiden tot een terugval van de waarde van de activa die (onrechtstreeks) in de portefeuille zijn opgenomen, wat een impact heeft op de netto-inventariswaarde van het compartiment.
      
  • Risico's van de aandelenmarkten: (onrechtstreekse) beleggingen in aandelen (en verwante instrumenten) zijn blootgesteld aan aanzienlijke koersschommelingen, die onder meer zijn toe te schrijven aan negatieve informatie over de onderneming of de markt. Die schommelingen worden op korte termijn vaak versterkt en kunnen een negatieve impact hebben op de globale prestatie van het compartiment.
      
  • Liquiditeitsrisico: door een gebrek aan kopers kan het moeilijk zijn om activa te verkopen tegen een correcte marktkoers en op het gewenste moment.

 

 

 

Delen linkedin
 

 

 



Lexicon

Referentiewaarde:

netto-inventariswaarde per aandeel, die elk jaar berekend wordt op de eerste werkdag van de referentieperiode. Bij de jaarlijkse herziening kunnen de referentiewaarde en de referentiedrempel die daaruit voortvloeit zowel stijgen als dalen.
 

Referentiedrempel: drempel gelijk aan 85% van de referentiewaarde, waar de beheerder niet mag onder gaan tijdens de referentieperiode.


Referentieperiode:
periode van 12 maanden in het begin waarvan de portefeuille automatisch wordt teruggebracht naar de strategische wegingen die door de beheerder worden aanbevolen en een nieuwe referentiewaarde wordt vastgelegd op basis van de netto-inventariswaarde die op de eerste werkdag van de periode wordt berekend.

Misschien ook interessant voor u...

 

Safe Dynamic W1, W4, W7, W10

 

Europe Dynamic

 

Global Dynamic

Compartimenten van de bevek naar Luxemburgs recht BNP Paribas L1

 

Compartiment van de bevek naar Belgisch recht BNP Paribas B Strategy

 

Compartiment van de bevek naar Belgisch recht BNP Paribas B Strategy

Safe Dynamic

 Europe Dynamic Global Dynamic

 

  

Onze Fintro-agenten helpen u graag verder als u meer wilt weten over dit compartiment en het beleggingsbeleid. Samen met u gaan ze graag na of de belegging overeenstemt met uw profiel en hoe u ze het beste in uw beleggingsportefeuille kunt inpassen.
 
Dit document bevat geen beleggingsadvies. Alvorens in te tekenen, raden we elke belegger aan om aandachtig de volgende documentatie door te nemen: het uitgifteprospectus, de essentiële beleggersinformatie en onze Informatiebrochure d'information - Financiële instrumenten (pdf). Afhankelijk van de voorgestelde beleggingsdienst zal uw Fintro-agent conform de MiFID-gedragsregels bepalen of het compartiment al dan niet voor u geschikt is. Alvorens een beleggingsbeslissing te nemen, is het voor elke belegger raadzaam om na te gaan of de beleggingsformule geschikt is rekening houdend met onder meer zijn eigen financiële kennis en ervaring, zijn beleggingsdoelstellingen en zijn financiële situatie. Bij twijfel kan hij een Fintro-agent raadplegen.

 

Afdrukken