Menu

Fiscale maatregelen 2018

Wat betekent het voor u als spaarder en belegger?

U hoorde beslist al over het zomerakkoord van de federale regering. In dit akkoord, die de regering wil invoeren vanaf 1/1/2018, werden verschillende maatregelen genomen die een impact hebben op u als spaarder en belegger. We zetten deze nieuwe maatregelen voor u op een rijtje. Wij baseren ons hierbij op de reeds verschenen wetsontwerpen en de informatie die publiek beschikbaar is.

Bij opmaak van deze communicatie op 14/12/2017, was het definitief wetsontwerp nog niet goedgekeurd in de Kamer en niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

De inhoud van deze communicatie is dus onder voorbehoud van mogelijke wijzigingen, rekening houdend met onduidelijkheden en incoherenties in de teksten.

Wij volgen uiteraard de verdere ontwikkelingen op de voet. Telkens er meer informatie beschikbaar komt, passen we deze communicatie aan. Zo beschikt u steeds over de meest recente informatie.

1 - Vrijstelling gereglementeerde spaarrekeningen

Momenteel zijn interesten op gereglementeerde spaarrekeningen, per belastingplichtige en per jaar, vrijgesteld van roerende voorheffing tot het bedrag van 1.880 euro. Op de interesten die u ontvangt boven 1.880 euro wordt het verlaagde tarief van 15% roerende voorheffing geheven.

Vanaf 1/1/2018 wordt dat vrijgestelde bedrag gehalveerd en zal het bijgevolg 940 euro of geïndexeerd 960 euro bedragen.

Op de interesten die u zult ontvangen boven 960 euro zal nog steeds het verlaagde tarief van 15% roerende voorheffing geheven worden.

2 - Vrijstelling roerende voorheffing op dividenden uit aandelen

Vanaf 1/1/2018 zal elke belastingplichtige de roerende voorheffing, die hij heeft betaald op dividenden van aandelen tot maximum 640 euro, kunnen terugvorderen via de jaarlijkse belastingaangifte. Dit levert u als belegger een belastingsvoordeel op van 192 euro.In de praktijk zullen we als financiële tussenpersoon de 30% roerende voorheffing blijven inhouden op alle dividenden die u ontvangt.

Deze vrijstelling van roerende voorheffing, tot maximum 640 euro voor de dividenden op aandelen ontvangen in 2018, zal u dus voor de eerste maal kunnen indienen via uw jaarlijkse belastingaangifte in 2019.

Om deze maatregel nog meer kracht bij te zetten, heeft de federale overheid voor het inkomstenjaar 2019 zelfs voorzien deze vrijstelling op te trekken naar 800 euro. Wat u dan als belegger een belastingsvoordeel van 240 euro zou opleveren.

3 - Pensioensparen

Wie zijn pensioen voorbereidt door te beleggen in een pensioenspaarverzekering of een pensioenspaarfonds, krijgt een deel van het gespaarde bedrag terug in de vorm van een belastingvermindering.

Vanaf 1 januari 2018 verandert het volgende voor pensioensparen (3de pensioenpijler):

Plafondbedragen worden opnieuw geïndexeerd:

Verwacht wordt dat voor 2018 volgende plafonds van toepassing zullen zijn:

  • 960 euro voor het basisplafond;
  • 1.230 euro voor het verhoogde plafond (nieuw keuzeplafond ingevolge zomerakkoord).

Pensioenspaarders krijgen de keuze tussen:

  • Het klassieke fiscaal stelsel van pensioensparen met een basisplafond van 960 euro met belastingvermindering van 30% (maximaal voordeel van 288 euro + uitgespaarde gemeentebelastingen);
  • Een nieuw fiscaal stelsel met een verhoogd plafond van 1.230 euro met belastingvermindering van 25% (maximaal voordeel van 307,50 euro + uitgespaarde gemeentebelastingen). Dit percentage is van toepassing op het volledige bedrag vanaf het moment dat meer gestort wordt dan 960 euro.

Wijziging voor niet-rijksinwoners:

Niet-rijksinwoners hebben voortaan in principe geen recht meer op de belastingvermindering voor pensioensparen, tenzij hun in België belastbare beroepsinkomsten meer dan 75% van hun totale beroepsinkomsten bedragen.

Wat zijn de gevolgen voor u als pensioenspaarder?

In bepaalde gevallen is het mogelijk dat u minder belastingvoordeel geniet, zelfs al stort u meer dan het basisplafond:

Gestort bedrag

  • 960 euro
  • 960,01 euro
  • 1.000 euro
  • 1.100 euro
  • 1.152 euro
  • 1.230 euro

Fiscaal voordeel

  • 30% - 288 euro
  • 25% - 240 euro
  • 25% - 250 euro
  • 25% - 275 euro
  • 25% - 288 euro
  • 25% - 307,50 euro

Extra fiscaal voordeel

  • niet van toepassing
  • - 48 euro
  • - 38 euro
  • - 13 euro
  • neutraal
  • + 19,50 euro

Aandachtspunt

Indien u meer dan 960 euro stort, maar minder dan 1.152 euro, dan is uw belastingvermindering kleiner (25%) dan iemand die 960 euro spaarde. Pas wanneer de storting groter is dan 1.152 euro wordt het nominaal bedrag van de belastingvermindering hoger dan bij iemand die 960 euro spaarde. Het nominaal bedrag van de belastingvermindering wordt hoger naarmate het verhoogd plafond van 1.230 euro benaderd wordt. De belastingvermindering op een storting van 1.230 euro (307,50 euro) zal 19,50 euro hoger liggen dan bij een storting van 960 euro.

Wat moet u doen indien u wenst in of over te stappen op het verhoogde plafond van 1.230 euro?

Uw financiële instelling heeft uw jaarlijkse expliciete toestemming nodig, indien u wenst in of over te stappen naar het nieuwe verhoogde plafond van 1.230 euro. Deze toestemming is vereist van zodra u meer dan 960 euro wil storten. Deze toestemming zal u elk jaar opnieuw moeten geven, anders valt u elk jaar automatisch terug op het basisplafond van 960 euro.

Opgelet: op 1 januari 2018 bieden wij de keuzemogelijkheid naar het verhoogde plafond van 1.230 euro nog niet aan. Wij stellen alles in het werk om dit vanaf de zomer 2018 mogelijk te maken. Tot dan kan geen gebruik gemaakt worden van het verhoogde plafond en blijft het basisplafond van toepassing voor alle bestaande en nieuwe contracten.

4 - Verhoging taks op beursverrichtingen (TOB)

Vanaf 1/1/2018 wijzigen volgende tarieven (de maximumplafonds blijven ongewijzigd):

  • Tarief van 0,09% stijgt naar 0,12% (maximum van 1.300 euro): onder andere van toepassing op obligaties (aan- en verkoop secundaire markt);
  • Tarief van 0,27% stijgt naar 0,35% (maximum 1.600 euro): onder andere van toepassing op aandelen (aan-en verkoop secundaire markt).

Het tarief van 1,32% (maximum 4.000 euro) blijft ongewijzigd: onder andere van toepassing op kapitalisatiefondsen ingeschreven op de lijst van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA).

5 - Verlaging drempel schuldvorderingen van 25% naar 10% voor fondsen onderhevig aan de meerwaardebelasting (de zogenaamde Reynderstaks)

Vandaag zijn enkel de Instellingen voor Collectieve Beleggingen (fondsen) die voor meer dan 25% beleggen in schuldvorderingen in het vizier van de meerwaardebelasting. De roerende voorheffing bedraagt 30%.

Vanaf 1/1/2018 zijn de Instellingen voor Collectieve Beleggingen (ICB-fondsen) die voor meer dan 10% beleggen in schuldvorderingen in het vizier van de meerwaardebelasting. Dit geldt voor alle nieuwe verwervingen (zoals aankopen) vanaf 1/1/2018. Voor de verwervingen (zoals aankopen) van VOOR 1/1/2018 blijft het oude regime van toepassing.

6 - Taks op effectenrekening

WANNEER treedt de taks op effectenrekeningen in werking?

 De taks op effectenrekening geldt vanaf 1 januari 2018.

WAT is de taks op effectenrekening?

De taks op effectenrekening is een belasting van 0,15%. Ze is van toepassing op één of meerdere effectenrekeningen waarvan een natuurlijke persoon, titularis is tijdens de referentieperiode en waarvan de totale gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten 500.000 euro of meer bedraagt. In dat geval geldt de taks vanaf de eerste euro.

Op WIE is de taks op effectenrekening van toepassing?

De taks op effectenrekening is van toepassing op effectenrekeningen van natuurlijke personen, die wat de rijksinwoners betreft, zowel in België als in het buitenland gehouden worden, en, wat de niet-rijksinwoners betreft, in België worden gehouden.

De taks viseert enkel de titularis (natuurlijke persoon) die één of meerdere effectenrekeningen aanhoudt in België of in het buitenland en waarbij diens aandeel in de belastbare financiële instrumenten op de effectenrekeningen gelijk is aan of meer bedraagt dan 500.000 euro.

WELKE financiële instrumenten viseert de taks op effectenrekening?

De taks op effectenrekening viseert de volgende financiële instrumenten ingeschreven op de effectenrekening:

  • Alle beurs- en niet beursgenoteerde aandelen (ook certificaten en aandelen op naam)
  • Alle beurs- en niet beursgenoteerde obligaties (ook certificaten)
  • Kasbons
  • Warrants
  • Alle beurs- en niet beursgenoteerde rechten van deelneming in gemeenschappelijke beleggingsfondsen of aandelen in beleggingsvennootschappen (inclusief UCITS en AICB’s)
  • Inclusief de trackers ongeacht hun juridische vorm

De taks op effectenrekening viseert NIET de volgende financiële instrumenten ingeschreven op de effectenrekening:

  • Opties, futures of swaps
  • Pensioenspaarfondsen
  • Levensverzekeringen

De taks op effectenrekening viseert NIET de aandelen ingeschreven in het aandelenregister van de vennootschap.

Hoe wordt de taks op effectenrekening berekend?

De referentieperiode is een periode van 12 opeenvolgende maanden die aanvangt op 1 oktober en eindigt op 30 september van het volgend jaar.

Voor 2018 telt de referentieperiode slechts 9 maanden. Ze vangt aan op 1 januari en eindigt op 30 september.

Opmerking: in afwijking van de algemene regel kan :

  • de referentieperiode ook aanvangen vanaf het moment dat een natuurlijke persoon titularis wordt van een effectenrekening.
  • deze eindigen vanaf het moment dat de natuurlijke persoon, niet langer titularis is van een effectenrekening.

De gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten wordt als volgt bepaald:

  • Doorheen de referentieperiode vormt de laatste dag van elke driemaandelijkse periode een referentietijdstip. Voor 2018 zijn de referentietijdstippen 31 maart, 30 juni en 30 september;
  • Op elke referentietijdstip wordt een staat opgemaakt van de waarde van de belastbare financiële instrumenten op de effectenrekening;
  • Deze staten worden opgeteld en gedeeld door het aantal referentietijdstippen;
  • Hierdoor wordt de gemiddelde waarde verkregen op de laatste dag van de referentieperiode;
  • Deze taks is verschuldigd op de eerste dag volgend op het einde van de referentieperiode.

Opmerking: in geval van opening, wijziging of afsluiting van een effectenrekening of wanneer de natuurlijke persoon titularis wordt van een effectenrekening of geen titularis meer is in de loop van de referentieperiode, wordt ook de dag van de opening, wijziging of de afsluiting van de effectenrekening alsook de dag waarop een natuurlijke persoon titularis wordt van een effectenrekening of geen titularis meer is, als een referentietijdstip beschouwd en wordt dit referentietijdstip voor de berekening van de gemiddelde waarde bijgevoegd bij de referentietijdstippen.

Hoe zal de taks op effectenrekening worden geïnd?

A - Automatisch

In haar hoedanigheid van Belgische financiële tussenpersoon zal Fintro de taks op effecten automatisch innen, voor rekening van de titularis, indien het aandeel van de titularis in de gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten op alle effectenrekeningen aangehouden bij Fintro, 500.000 euro of meer bedraagt.

De titularis is de persoon geïdentificeerd als houder van de effectenrekening.

Het aandeel van de titularis in de belastbare financiële instrumenten op de effectenrekeningen wordt vermoed proportioneel te zijn met het aantal geregistreerde titularissen op de effectenrekening.

Voorbeeld: een koppel gehuwd onder het wettelijk stelsel hebben een gezamenlijke effectenrekening en staan beiden geregistreerd als titularis van deze effectenrekening.

In dit geval wordt de totale gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten gedeeld door twee om het aandeel van elk te berekenen.

1ste geval: Gezamenlijke effectenrekening met een gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten van 1.200.000 euro gedurende de referentieperiode. Het aandeel van elk bedraagt dan 600.000 euro en de bank zal automatisch 900 euro inhouden van elke titularis.

2de geval: Gezamenlijke effectenrekening met een gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten van 800.000 euro gedurende de referentieperiode. Het aandeel van elk bedraagt dan 400.000 euro en de bank zal niet de taks inhouden gezien het aandeel van elk kleiner is dan 500.000 euro.

B - Opt-in

Er is ook een optie voorzien voor u als titularis om een verklaring tot inhouding te doen (opt-in) wanneer u bij verschillende Belgische tussenpersonen effectenrekeningen aanhoudt en vermoedt dat uw aandeel in de totale gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten 500.000 euro of meer bedraagt.

U kan hiervoor opteren uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand die volgt op het einde van de referentieperiode. (Voor 2018 zal dit uiterlijk 30 november 2018 zijn.)

Voorbeeld: de titularis van een effectenrekening heeft meerdere effectenrekeningen gespreid over verschillende banken:

  • Effectenrekening bank X, titularis A: 200.000 euro;
  • Effectenrekening bank Y, Fintro, titularis A: 250.000 euro;
  • Effectenrekening bank Z, titularis A: 100.000 euro.

In theorie zal geen enkele van deze drie banken (X,Y enZ) automatisch de taks op effectenrekening innen. Het aandeel van de totale gemiddelde waarde bedraagt immers in geen enkele bank 500.000 euro of meer.

Indien u echter opteert om toch een verklaring tot inhouding te doen bij Fintro, gezien de totale gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten op de effectenrekeningen bij de verschillende Belgische tussenpersonen 500.000 euro of meer bedraagt, dan zal Fintro de taks op effecten inhouden (0.15% van 250.000 euro = 375 euro).

Om als titularis volledig in orde te stellen, zou u deze verklaring tot inhouding dan ook bij bank X en Y moeten indienen.

C - Titularis

Indien u als titularis nalaat om de inhouding te laten doen door de Belgische tussenpersoon, dan bent u als titularis zelf verantwoordelijk voor de aangifte en betaling van de taks.

D - Buitenlandse tussenpersoon

Indien de effectenrekening wordt aangehouden bij een buitenlandse bank is het de titularis zelf die in principe de staten opmaakt voor zichzelf en het gemiddelde berekend volgens de geldende richtlijnen. Tenzij uiteraard de buitenlandse tussenpersoon zelf de inhouding, aangifte en betaling heeft verricht.

Wanneer zal u als klant op de hoogte worden gesteld?

Op het einde van de referentieperiode zal een overzicht worden bezorgd aan de natuurlijke persoon titularis van de effectenrekening.

Dit overzicht wordt meegedeeld aan de titularis uiterlijk op de laatste dag van de maand die volgt op het einde van de referentieperiode.

Voorbeeld: referentieperiode 1 januari 2018 tot 30 september 2018 -> overzicht moet uiterlijk op 31 oktober meegedeeld zijn aan de titularis.

Dit overzicht bevat onder andere :

  • Gemiddelde waarde
  • Verschuldigde taks
  • Tarief

Eveneens moet er in dit overzicht aan de titularis de mogelijkheid geboden worden om een verklaring tot inhouding te tekenen (opt-in) indien zijn aandeel in elke effectenrekening, afzonderlijk genomen en per Belgische tussenpersoon, het bedrag van 500.000 euro of meer niet overschrijdt .

De titularis opteert hiervoor uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand die volgt op het einde van de referentieperiode

Voorbeeld: 30 november 2018.

Opgelet: gelet op de laattijdige ontwerpteksten, het nog niet gestemd zijn in de Kamer, het nog niet gepubliceerd zijn in het Belgisch Staatsblad, alsook door de onduidelijkheden en incoherenties in de teksten, zullen wij voor de taks op effectenrekening nog niet operationeel zijn vanaf 1/1/2018. De taks is evenwel verschuldigd vanaf 1/1/2018, gezien de referentieperiode start op 1/1/2018. Er werd een tolerantie voor de start-up periode (eerste trimester) aangevraagd bij de autoriteiten. Maar toch is het nog mogelijk dat wij, als financiële tussenpersoon, retroactief correcties zullen moeten uitvoeren. Wij stellen alles in het werk om vanaf het tweede trimester van 2018 operationeel te zijn.